De letter B

Een toneeltje met
de beer, de boom en de bijen en bloemen opstellen als een klein tafelspelletje,
van Lyra boetseerklei gemaakt.
Het verhaaltje
van de beer vertellen met euritmie-gebaren en ook gebruikmakend van beeldende
gebaren; de klanken bewust laten klinken.
De Beer en de
bijen
In een groot
beukenbos, stond een hoge beukenboom. Een bruine beer kwam daar langs en zag de
hoge beukenboom. Om de boom vlogen vele bijtjes in het rond . De bijen vlogen
heen en weer, tussen de bonte bloemen en de beukenboom.
Aha! Dacht de
bruine beer. Bij een bijenwoning is er altijd zoete honing! De beer klom in de
beukenboom en pakte een stuk honing zo zoet. Hij begon te smullen en te smullen,
maar …dat vonden de bijen minder fijn!
Zeg beer, die
honing is van ons – weg hier, uit ons beukenboom. De bruine beer luisterde
niet, dacht dat hij veel groter was als die kleine bijtjes die zo zoemden! Hij
ging maar door met smullen , naar hartenlust.
Toen stak een
bijtje de beer op het puntje van zijn neus, en een ander stak hem op zijn oor.
Au, gilde de beer, dat is gemeen Toen ging hij maar liever snel ergens anders
heen!

In het bos staat
een boom
De bijen bouwen
een nest in de boom
Ze brengen het
zoete sap van de bloemen naar bijennest
Op de weide staan
er vele bloemen
Bloemen van alle
kleuren en geuren
De bijtjes
snoepen naar hartenlust
Heen en weer,
heen en weer vliegen de bijtjes
Van bloem tot
bloem
Van de bloemen
naar het bos
In het bos naar
hun eigen boom

In het bos loopt
een bruine beer
De beer snuift in
de lucht
Wat ruikt hij
daar
Boven in de boom!
De beer reikte
met zijn bruine berenlijf naar boven
Hij rekte en
strekte
Met zijn
berenpoot en vond het bijennest!
Hij brak een brok
af van het bijennest
L van klein naar
groot
Dat vonden de
bijtjes niet fijn
Daar waren zij
niet blij mee.
Ze vlogen af op
de beer, bzzzz
Ze prikte hem op
zijn brede bruine neus
Ze prikte hem op
zijn ronde bruine oor
Au au au dat doet
pijn!
De beer rende weg
Zo snel als maar
kon.
Heeft onze bruine
beer nu wel zijn lesje geleerd?
Wie zal het weten….
Wij zullen maar
moeten afwachten en zien!
In het bos staat
een boom
De bijen bouwen
een nest in de boom
Ze brengen het
zoete sap van de bloemen naar bijennest
Op de weide staan
er vele bloemen
Bloemen van alle
kleuren en geuren
De bijtjes
snoepen naar hartenlust
Heen en weer, heen
en weer vliegen de bijtjes
Van bloem tot
bloem
Van de bloemen
naar het bos
In het bos naar
hun eigen boom
In het bos loopt
een bruine beer
De beer snuift in
de lucht

Wat ruikt hij
daar?
Boven in de boom!
De beer reikte
met zijn bruine berenlijf naar boven
Hij rekte en
strekte
Met zijn
berenpoot en vond het bijennest!
Hij brak een brok
af van het bijennest
(L van klein naar groot met euritmie gebaar maken)
Dat vonden de
bijtjes niet fijn
Daar waren zij
niet blij mee.
Ze vlogen af op
de beer, bzzzz
Ze prikte hem op
zijn brede bruine neus
Ze prikte hem op
zijn ronde bruine oor
Au au au dat doet pijn!
De beer rende weg
Zo snel als maar
konde.
Heeft onze bruine
beer nu wel zijn lesje geleerd?
Wie zal het weten….
Wij zullen maar moeten afwachten en zien!
Wij zullen maar moeten afwachten en zien!
Ja, de geur ken jij al lang,
Dat weet ik opperbest.
Straks prikken de bijtjes

De B als klankbeeld geeft een grensbeleving, er komt als het ware een binnen en een buiten tot stand.
B met een a
B met B met
B met
B met
B met
Het liedje kon praktisch eindeloos herhaald worden door de medeklinker te veranderen. Groot
ka ke ki ko
ka ke ki ko ku
De bij als beeld voor de letter B
Het Bijtje Tekst & muziek: Julia van Dunné
Door de wei vol bonte bloemen
Hoor je vele bijtjes zoemen
Zoem zoem zoem zoem
't Bijtje vliegt van bloem tot bloem
Zoem zoem zoem
Zet zich op de bloem zijn kopje
Zuigt een drupje, likt een dropje
Zoem zoem zoem zoem
't Bijtje vliegt van bloem tot bloem
Zoem zoem zoem
B
Bezige bijen bij de bloemen.
![]()
Daar komt een bijtje aangesneld
Een hapje voor de koning
Een hapje voor de edelman
En
|
![]() |