vrijdag 18 juni 2010

M

M – Maria’s mantel


(aangepast - verhaal van Hermien Ijzerman)

Herodus wacht op bericht van de soldaten. Ze zijn op zoek naar het kindje waarover Herodus gehoord had dat hij op een dag koning zou zijn van het land. Dat wil Herodus natuurlijk liever niet. Daarom heeft hij opdracht gegeven dat de soldaten het kindje moeten zoeken en om het leven brengen. Alle kindjes jonger als twee jaar moeten dood, dacht Herodus. Dan kon hij zeker weten dat er geen nieuwe koning komt om zijn troon af te pakken!

Maar Jozef en Maria zijn reeds gewaarschuwd. Een engel kwam in een droom aan Jozef vertellen dat ze moesten vluchten. Ze vertelden aan niemand waar ze heen gingen. Maria dacht: “ mijn mond moet mijn geheim bewaren”. Ze zijn onderweg naar Egypte. Het is een lange en gevaarlijke weg. Ze moeten door de hete, dorre woestijn lopen. Er zij veel duinen, dat zijn bergen van zand. Vaak moeten zij hun weg omhoog banen tegen de kant van een duin. Wanneer zij boven aankomen moeten zij weer tegen de schuine duin naar beneden klimmen. Het is geen gemakkelijke tocht! Er is haast geen water te vinden en weinig planten of bomen die schaduw bieden. Lange stukken moeten zij in de brandende zon lopen. S’ nachts is het bitter koud. Gelukkig kan Maria haar kindje en zichzelf dan warm omvouwen met haar groot, wijde mantel.
Maria zit op het ezeltje en houdt het kindje dicht bij zich. Over zijn hoofdje heeft zij haar mantel gespreid zodat de brandende zon niet op zijn hoofdje schijnt en zijn tere huidje verbrandt. Soms zijn er zandstormen, wanneer de wind hard waait. De mantel beschermt het kindje zodat de zandkorrels niet in zijn oogjes komen. De mantel van Maria heeft een prachtige blauwe kleur. Maar tijdens het wandelen is het al een beetje vies geworden, het lijkt al een beetje bruin! Wanneer wij weer een waterbron vinden, dacht Maria, zal ik de mantel maar een keertje moeten wassen. In de warme zon zal het snel drogen. Maar intussen helpt het om mijn kindje te beschermen.
Op een keer hoorden Maria en Jozef ineens stemmen. De stemmen kwamen van achter een hoge duin vlakbij. Ze schrokken heel erg hiervan. Het waren vast de soldaten van Herodus, op zoek naar het kindje! Zover als zij konden zien waren er alleen uitgestrekte zandvlakten en zandduinen. Er was nergens schuilplaats. Wat moesten ze nu doen?
“Maria”, zei Jozef, “geef mij snel jouw mantel. Ik zal mijn wandelstok in het zand planten en dan de mantel er over heen gooien. Dan maken wij er een tentje van. Jij kan dan met het kindje in de tent schuilen. Ik zal aan de buitenkant wat zand over de mantel heen strooien, en dan lijkt het net een kleine zandheuvel. Dan kruip ik ook in de tent. Hopelijk zien de soldaten ons dan niet zo makkelijk raak. Dat was een goed plan. Jozef n Maria zaten heel stil met het kindje in de manteltent. Het ezeltje was te groot en moest buiten blijven wachten.
Toen Jozef het zand op de mantel strooiden, scheen de zon ineens verblindend helder. De zandkorreltjes glansden en schitterden en straalden in het zonlicht. Het was zo licht, dat men bijna niets meer konden zien!

Afb. uit het boekje van Hermien Ijzerman  - Lettersprookjes

Toen kwamen de soldaten in zicht. Zij zagen het manteltentje niet in het schitterende zonlicht. De enige dat zij nog zagen, was het ezeltje. “Kijk”, zei een van de soldaten, “een ezel! Zullen wij het meenemen?” “Welnee”, antwoorden de anderen. “Wij hebben genoeg pakdieren, en dan hebben wij nog een dier ometen en drinken voor te vinden. Laat dat ezeltje maar waar het is, het brengt alleen maar meer zorgen met zich mee!” En de soldaten liepen verder en verdwenen al gauw achter de volgende duin.
Toen het weer veilig was om uit de tent te komen, schudde Jozef de mantel weer goed uit. Hij zorgde dat er geen zandkorrels meer in waren en Maria vouwde het weer om zichzelf en het kindje. Zo liepen zij verder en tegen de avond kwamen zij bij hun bestemming aan. Uiteindelijk waren zij veilig in Egypte en konden de soldaten van Herodus ze niets meer doen.


De mantel van Maria

De mantel van Maria heilig,

Het houdt het kindje warm en veilig.

Beschermt hem tegen weer en wind

Het helpt hem, waar hij zich ook mag bevindt.

Het wordt een tentje, als het moet,

het kindje slaapt er stil en zoet.




M

Een ander voorbeeld













of:
Mijn mond moet mijn geheim bewaren.








De langere verhalen nemen veel tijd om voor te bereiden en aan te bieden op een wijze dat het ook echt voor de kinderen beleefbaar worden. Hoewel het altijd goed is om naar wegen te zoeken waarop ook deze kinderen de verhalen mogen beleven, kunnen wij soms andere mogelijkheden vinden.
Voor de kinderen met een ontwikkelingsachterstand, zijn kleine verhaalversjes een fijne aanknoping om met de klankbeelden kennis te maken. Het is dus geen reden om daar niet mee aan de slag te gaan, wanneer de kinderen zo een lang verhaal niet kunnen volgen! Mits de leerkracht het zelf doorleeft heeft en op een kunstzinnige wijze aangeboden, komt de beelden even goed echt tot leven. De versjes van Hermien Ijzerman lenen ze hier uitstekend voor:

Het mi-ma-molletje
Het Mi-ma-molletje
Dat maakt zijn mollenholletje
Met moeite en met vlijt.
Het mi-ma-molletje
Graaft moeizaam lange tijd...
Daar komt de kleine Miezemuis,
Die zegt: "Ik maak hier mijn muizenhuis.
Mijn voorraadschuurtje is al vol,
Dus kom ik in jouw mollenhol...
Owè, owè, mort mi-ma-mol,
Dat is niet dol, niet dol dol dol....

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen