vrijdag 18 juni 2010

J

De jachthoorn van Koning Karel



Verhaal en afb. uit Lettersprookjes van Hermien Ijzerman

Grote drukte heerste in de binnenplaats van Koning Karel’s hof. De heraut blies op zijn hoorn en dat was de teken dat de jacht begon. De kleurige ruiterstoet reed over de ophaalbrug. De blaffende honden sprongen vooruit.

Voorop reed Koning Karel. Dan volgden de valkeniers met de valken op hun hand. Daarna de ridders met pijl en boog. De zon schitterde op de glinsterende helmen en lansen, terwijl de pluimen en vanen in de wind wapperden.

Snuivend liep het paard van de koning achter de honden aan, tussen de bosjes en dichte struiken door.
Ineens klonk er een donderende slag. Het paard schrok op en steigerde.

Verschrikt keek de koning nar de lucht. Die zag er nu donker en dreigend uit. Het weer is veranderd. Er komt onweer! Wij zullen een schuilplaats moeten vinden.

De koning was een beetje afgedwaald van zijn onderdanen. Hij vond een veilige plek onder een overhangende krans. Ineens hoorde hij van achter de rotsen vreemde muziek. Het was niet mooi maar erg wild. De koning werd nieuwsgierig en klopte tegen de rots met zijn zwaard. Ineens schoof de rots weg. Koning Karel kon zijn ogen en oren niet geloven. Hij stond nu in een grot en overal dansten en krijsen lelijke trollen en venijnige elven! Zij greep de koning en wilde hem op het vuur braden – “dat wordt een lekker hapje!” riepen zij uit. Maar de koning smeekte hen om zijn leven te sparen. Kijk, ik heb een prachtige jachthoorn met edelstenen versierd en een gouden mondstuk! Jullie mogen het hebben. Het kan eten op de tafel toveren. Maar dan moeten jullie eerst wachten tot ik weg ben. Wanneer jullie er op blazen voor ik weg ben, komen er wolven en beren om jullie te verscheuren! Dat leek de trollen en elven wel een fijn idee, en zij lieten de koning vrij. Zo snel als de wind sprong hij op zijn paard en reed terug naar waar hij dacht zijn onderdanen te vinden.



Ineens hoorde hij een jachthoorn in de verte. De koning ging op het geluid af. Maar hij kwam alleen een oude kluizenaar tegen. Ik ben mijn jachthoorn kwijt, zei de koning tegen de oude man. Zo kan ik mijn makkers niet terug vinden. Hij vertelde aan de oude wijze man wat hem overkwam. Ik heb wel een jachthoorn voor u. Hij is nog veel kostbaarder als die van u. De oude man gaf aan de koning een oud, lelijk jachthoorn. Het had geeneens enig versiering. U spot met mij! Riep de koning boos uit. Maar het is wel een kostbaar hoorn, zei de oude man. Blaas er eens op. De koning blies op de hoorn, maar er kwam alleen een akelig krasse toon uit. De koning begreep er niets van. Dat was niet de hoorn dat hij hoorde! Maar de oude man nam de hoorn vast en blies er op. De mooiste, zuiverste, prachtige tonen kwamen er uit! Neem deze jachthoorn mee, Koning Karel. Hij kan alleen zuivere muziek maken wanneer iemand met een zuiver, goed hart er op speelt. Leer hoe om zuiver klanken voort te brengen. Dat kan als jij jou hart ook zuiver maakt. Probeer om een wijze mens te worden.


En de koning nam de jachthoorn mee. Iedere dag speelde hij er op. Eerst klonken er alleen lelijke valse tonen wanneer de koning speelde. Maar de koning werd ook steeds wijzer en hij kreeg een goed hart. Dat kwam omdat hij zo hard probeerde om mooi muziek voort te brengen op zijn jachthoorn. En het lukte hem uiteindelijk!



J




De jonge jager haalt de jachthoorn van de koning.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen